Veiligheid

Om goed en veilig in een groep te kunnen fietsen is een aantal spelregels noodzakelijk. Het is voor de veiligheid van jezelf en van anderen belangrijk de spelregels te kennen en je eraan te houden.

Spelregels bij fietsen in groep

  • Iedereen draagt een valhelm. Zonder valhelm fiets je niet mee.
  • Doordraaien: er wordt twee aan twee gefietst. Regelmatig wordt er van kopman gewisseld. De fietser linksvoor gaat bij wisseling voor de fietser rechtsvoor rijden. Van achteruit wordt er vervolgens doorgeschoven naar voren.
  • Kop over kop: in de snelste groep van de Rode Diesel zou het kunnen dat de laatste 5-10 km, kop over kop gefietst wordt; er wordt dan snel van kopman gewisseld.
  • Het is raadzaam om bij de eerste en de laatste tochten van het seizoen verlichting mee te nemen. Het kan namelijk voorkomen dat je, door bijvoorbeeld een lekke band of een ongeluk, in het schemer thuiskomt.
  • Neem bij warm weer voldoende drinken mee. Ga uit van een bidon per uur. Bij erg warm weer zal onderweg gestopt worden om de bidon bij te vullen.
  • Na een bocht of het oversteken van een kruispunt etc. dient men rekening te houden met de laatste fietsers. Dit houdt in dat men de snelheid weer langzaam opvoert na de bocht cq. kruispunt.
  • In groepsverband niet met losse handen rijden.
  • Nooit abrupt van richting veranderen of remmen, maar langzaam uitrijden.
  • Bij twijfel over de fietsrichting rustig rechtdoor rijden (indien mogelijk).
  • Als men in de berm rijdt niet direct de weg weer oprijden maar rustig uitrijden en afremmen.
  • In de bebouwde kom wordt het tempo aangepast.
  • Niet fietsend mobiel bellen.
  • Als je tijdens de tocht stopt dan dit even melden bij de wegkapitein.

Tekens bij fietsen in groep
Bij obstakels wordt er geroepen (kort en luid), vaak in combinatie met handgebaren. De volgende begrippen zijn van toepassing:

  • Tegen: er komt een tegenligger.
  • Voor: bij het inhalen van een andere weggebruiker.
  • Achter: een andere weggebruiker haalt de groep in.
  • Ritsen: achter elkaar gaan fietsen.
  • Paaltje: bij een obstakel op de weg.
  • Stop: hand omhoog betekent stoppen.
  • Lek: uit de groep gaan en langzaam afzakken.
  • Stop/Lek: een van de groep heeft een lekke band. De hele groep stopt om het mankement te verhelpen.

We houden ons aan de verkeersregels en de veiligheid van alle weggebruikers staat voorop.